Het dikke boek met ongeschreven REGELS

Als moeder hoor je je kind te missen.
Als leidinggevende dien je het voortouw te nemen.
Als Nederlander ben je nuchter.

Zo doen we dit nu eenmaal in onze familie.
Dit is een typisch mannen/vrouwending.

Je herkent het vast. Gedragingen en rollen. Met vaak nog bepaalde emoties en gevoelens die daarbij horen. Daar ben jij niet uniek in. En ik ook niet. Al denken we soms van wel.

We worden niet als een onbeschreven blad geboren maar zijn vet voorgeprogrammeerd. Jouw blauwprint zeg maar. En wij definiëren ons ook nog heel netjes met deze rollen. En daar zijn we nogal strikt in.

We hebben een onbewuste neiging om ons te voegen naar deze rollen en overtuigingen. En dus wordt iets een patroon. En ik zeg het vaker. We zitten allemaal in patronen, of je nu wilt of niet. Maar durf jij daaraan voorbij te kijken. Of ze nog effectief voor je zijn?

Vaak voel je in je lijf wat een patroon is. Waar je het met je meedraagt. En hier zit je potentieel. Gewoon. Om hier eens bewust bij stil te staan. Aandacht voor te hebben. Daar zit je groei.
Je vrijheid. Echt.

Zo was mijn zoon enkele jaren geleden opgenomen in het ziekenhuis. Wat eerst vrij onschuldig bleek werd maar niet beter en toen de arts ons de woorden bracht “jullie zoon is echt heel erg ziek”. Ging er een knop om. Ik schoot (nog sterker dan ik al deed) in mijn rol als zorgzame moeder. Ik sliep bij hem en zorgde zoveel als ik zelf kon voor hem. Samen met mijn man. Wat wenste ik toen dat ik als ouder in dat bed zou liggen en niet mijn zoon.

Toen hij beter werd en naar huis mocht kocht ik een taart om het te vieren. Bij de winkel om de hoek van ons huis. In mijn euforie vergat ik op de terugweg mijn autogordel om te doen. In die ene minuut rijden naar ons huis kwam ik de politie tegen. Werd ik voor mijn eigen huis staande gehouden. En kreeg een boete voor het niet-dragen van een gordel. Terecht. Kinderachtig zei ik tegen de agent “Nou, jullie maken mijn dag toch niet meer kapot want mijn zoon is net thuis uit het ziekenhuis”. Hierop kreeg ik een meewarige blik van de agent en hij wisselde een blik van verstandhouding met zijn collega. Ze wensten me een fijne dag waarop ik het huis binnen stevende. Met een klap gooide ik de voordeur dicht en in de hal was ik toch een partijtje boos.
Ik begreep niet helemaal goed waarom ik nou zo tekeer ging en waaraan de agent dit verdiende. Ik was toch blij dat alles goed was afgelopen?

Een paar weken later deed ik examen voor mijn studie counseling met verbeeldingskracht. En hier was ik ook een cliënt voor een collega-student van me, voor haar examen. Daar vertelde ik over het hele gebeuren wat achter me lag. En toen me daar werd gevraagd contact te maken met mijn lijf. Voelde ik het. En werd me ineens duidelijk wat ik was vergeten te doen. Wat ik met mijn hoofd niet snapte. Ik was vergeten te schrikken! Te schrikken om het nieuws wat die arts ons daar vertelde in het ziekenhuis. Geen tijd om te verwerken. Dat deed ik daar in die sessie alsnog. Met grote verschrikte bambi ogen keek ik op. En kon ik hier pas uit mijn patroon stappen die ik daar, aan dat ziekenhuisbed, had aangenomen.

Ons lichaam weet zo vaak de weg en zijn we er in onze westerse maatschappij toch zo niet op gericht.
Voor mij betekende dit echt een stuk groei. En ik heb nog vaak op deze manier bewust contact gemaakt met mijn lijf.

Ik nodig je uit dit ook te doen. Waar is jouw lijf wel degelijk aan het woord maar luister je nog niet?
Alle overtuigingen, rollen en gedragingen. Patronen. Het zijn concepten. In het dikke boek met ongeschreven regels.

Ah. Heb jij ook zo’n boek? Dat wist ik wel.
Zullen we het eens even wegleggen?
Goed. Hoi! Ik ben Chanthal.
Wie ben jij?

Laat een reactie achter